25 november 2017

Gelijke behandeling gevraagd voor patienten in de Wlz

Er moet een einde komen aan de ongelijke behandeling tussen cliënten in de Wet langdurige zorg. Die oproep aan het ministerie van VWS doet een aantal verenigingen in de mondzorg, waaronder de NVGd.
Patiënten met een indicatie voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) die in een instelling wonen, hebben recht op mondzorg die gefinancierd wordt vanuit de Wlz. Patiënten met dezelfde Wlz-indicatie die thuis wonen en de Wlz-zorg thuis krijgen, hebben evenwel geen recht op deze aanvullende zorg. Voor hen geldt dat bijvoorbeeld mondzorg op basis van de Zorgverzekeringswet plaats vindt en dus zelf betaald of aanvullend verzekerd moet worden.
Het Zorginstituut heeft recent een advies uitgebracht aan het ministerie van VWS dat de verschillen deels opheft maar niet helemaal, vanwege mogelijk uitvoeringsproblemen. De mondzorgpartijen vinden het verschil in aanspraak op mondzorg voor mensen met dezelfde Wlz-indicatie onjuist en ongewenst; de zorgbehoefte en de indicatie zou leidend moeten zijn en niet de uitvoeringspraktijk. Ze hopen alsnog met het ministerie tot een uniforme oplossing voor iedereen met een zelfde zorgbehoefte te komen.

De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die de hele dag intensieve zorg of toezicht dichtbij nodig hebben. Bijvoorbeeld ouderen met vergevorderde dementie of mensen met een ernstige verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking.

De oproep wordt verder gedaan door de volgende organisaties:
Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT);
Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT);
Centraal Orgaan Bijzondere Tandheelkunde (Cobijt);
Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM);
Organisatie van Nederlandse Tandprothetici (ONT);
Vereniging tot Bevordering der Tandheelkundige Gezondheidszorg voor Gehandicapten (VBTGG).

Zie hier het zogenoemde pakketadvies Wlz.